In dit onderzoek kijken we naar de mogelijke woonkwaliteit in het door
krimp geteisterde Zeeuws Vlaanderen terwijl we dit tevens onderzoeken n.a.v
de gevolgen van overmatige groei aan Belgische kant van de grens.
Wat is de aantrekkelijkheid van het woonklimaat op dit Vlaamse platteland?
Kan de sprawl, die de woonkwaliteit van het landschap onder druk zet, worden gereguleerd Welke lessen kunnen er getrokken worden uit de bestudering van de Zeeuwse en Vlaamse landschapstypes, dorps-uitbreidingen en de plattelands-verkavelingen? Wat zijn de mogelijke woonkwaliteiten buiten de dorpen? Levert dat ontwikkelingsmodellen op voor de Zeeuwse- en Vlaamse problemen?
Deze euregio zou, ondanks verschillen in landschapstypen en stedelijke ontwikkeling als één gebied beschouwd kunnen worden, zoals dat eeuwen geweest is. Of het zal lukken op termijn de voorzieningen op een (minimum) peil te behouden is de vraag, maar alleen door het wonen op een nieuwe manier te stimuleren en nieuwe groepen aan te spreken is duurzame ontwikkeling van de Zeeuws-Vlaamse regio mogelijk.
In ons onderzoek staan de mogelijkheden van het landschap centraal. Dit landschap is eeuwenlang in verandering en dat zal nu weer gebeuren. Wij willen het wonen juist gebruiken ter versterking van de landschapstypen. Het agrarische landschap hoeft niet te worden veranderd in ‘natuur’, het kan mee-evolueren, omdat het die capaciteit al blijkt te bezitten. Het landschap zal zich meer en meer ontwikkelen tot een flexibel, multifunctioneel landschap, waar ruimte is voor wonen en werken in een duurzaam landschapsconcept: het bewoonde landschap.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |