Op IJburg
blok 11 gebruiken we een weefsel van metselwerk – banden en penanten –
die zich om het gebouw heenvouwen, inpakken, om de gebouwdelen te verzelfstandigen
binnen het superblok.
De binnenhof moest een stedelijk rustig gebied vormen, maar geen ‘achterkant’.
De wisselwerking tussen grafisch ritme en schaal van de gebouwen laat de gebouwen
aan de rand van het superblok groter en die in het middengebied kleiner lijken.
De geringe plastiek in de gevels maakt de stenen huid dun en licht, ondanks
het zware materiaal.
Door gebruik te maken van dezelfde steen en een verticaal ritme vormen de gebouwdelen
van de verschillende architecten toch een stedebouwkundige eenheid.
terug naar Woningbouw IJburg
